zo is het begonnen

Van sportkampioen tot kapelaan:

"Alleen met Gods Woord is het mogelijk om over boze geesten te heersen"

 

De beloofde fiets

Norvin Martina groeide op in Curaçao. Als tweede in een sportief gezin van negen kinderen. Ze hadden het thuis niet breed.

 

 “Als kind wilde ik meer bereiken dan de mensen in mijn omgeving, maar ik had het gevoel dat ik niet begrepen werd. Ik werd ook het hardst aangepakt. Wanneer ik wegrende omdat ik iets verkeerd had gedaan, smeet mijn vader stenen naar me toe.”

 

Alle vriendjes van Norvin kregen na de basisschool een fiets, want de middelbare school stond zo’n acht kilometer verderop. Norvin verheugde zich op het beloofde exemplaar. Toen het zover was, konden zijn ouders hun belofte echter niet nakomen. Het raakte de kleine Norvin diep. Maar al vlug besloot hij om van de schoolroute een trainingsparcours te maken. Hij bleek een getalenteerd hardloper te zijn.

 

“Toen zijn diensttijd aanbrak, werd mij aangeraden om beroepsmilitair te worden. Ik kwam naar Nederland bij de mariniers. Door het vele hardlopen had ik de meeste conditie van heel mijn klas.”

 

Jarenlang was Norvin Martina de beste ‘powerlifter’ van Nederland. Hij kon zonder God maar wel met doping, net geen 300kg tillen. Nadat hij God leerde kennen lukte het hem wel om zonder doping die 300kg te tillen. Dankzij dezelfde Goddelijke kracht doopte hij ruim 200 gedetineerden, in een zwembad in de beruchtste gevangenis van Curaçao.

 

“Ze kenden de donkere wereld, maar ik kwam het Licht brengen.”

 

Vier keer mijn eigen gewicht

In 1982 is Norvin Martina de eerste Nederlander (geboren op Curaçao) die tijdens wereldkampioenschap powerliften in München, een medaille voor Nederland binnen haalde.

“Powerliften bestaat uit drie onderdelen:

  •     knie buigen
  •     bankdrukken
  •     deadliften.

Bij deadliften buig je door je knieën en trek je zonder stilstand de halter in je lies, met gestrekte rug. Tijdens een training heb ik zelfs eens 300kg getild. Daarmee ben ik de enigste Nederlandse powerlifter die ooit vier keer zijn eigen gewicht heeft getild. God heeft me de kracht gegeven. Het tillen van die loeizware gewichten vereist mentale kracht. Ik pepte mezelf op door grom-geluiden te maken. (Grrmmm…) Vroeger kon ik die kracht ook oproepen, bijvoorbeeld als mijn moeder boos op me was. Maar toen gebruikte ik het om spullen kapot te maken.”

 

Leegte van binnen

Ik behoorde bij de wereldtop van gewichtheffers. Voor een kleurling was dat een keiharde wereld, vol jaloezie en racisme. Ondanks dat ik zes keer Nederlands kampioen werd, tweede van Europa en de derde van de wereld, voelde ik toch een leegte van binnen. Naast mijn sport werkte ik als beveiligingsbeambte bij Shell in Den Haag. Op een avond, nu 33 jaar geleden, kreeg ik een folder in handen van een pinksterkerk in Rotterdam, ‘De Ark’. Later toen ik in een kroeg zat, kwam ik de folder tegen in mijn jaszak. Het adres van een kerk stond erop en ik bezocht de kerk. Daar kwam ik in aanraking met God, vooral door de woorden:

    ‘Verlustig u in de Here, dan zal Hij u geven de wensen van uw hart', Psalm 37 vers 4".

 

Daarmee was de verandering in mijn leven begonnen. Reeds in mijn jeugdjaren was mijn hart gepijnigd, dus die tekst raakte me enorm. Ik proefde iets van de aanwezigheid van de Heilige Geest, en dat gaf me rust en vrede. Tot die tijd was mijn lichaam van de buitenkant prachtig, maar vanbinnen was het een beerput. Tegenwoordig kan ik bij gevangenen en verslaafden aan de buitenkant zien hoe het er van binnen voorstaat. God heeft me geestelijke ogen gegeven waardoor ik de mogelijkheid heb om hun binnenkant- te zien. 

 

Door het dal

Na de Olympische Spelen van 1988 kreeg Martina een baan als beveiligingsinspecteur in Curaçao. Twee jaar later ging het echter bergafwaarts met het bedrijf en kreeg hij een ontslagbrief. “Het mooie was, God had mij reeds een waarschuwing gegeven dat ik die brief zou krijgen. God zei: ‘Beklim de berg bij Sea-aquarium’. Daar aangekomen hoorde ik: ‘Dit wordt een woestijntijd voor jou’ en dat klopte. Ik was mijn baan kwijt, maar ook het prachtig huis en de auto die bij deze baan hoorden. Waarom liet God me überhaupt naar Curaçao komen, dacht ik vertwijfeld. Veel later ben ik gaan begrijpen dat God deze periode gebruikte om mij klaar te stomen voor het werk in de gevangenis. Op de berg zei God: ‘Ik zal een deur voor je openen die niemand sluiten kan’, Openbaringen 3 vers 8, ‘maar je bent nog niet klaar. Ik ga je voorbereiden’. “Tot die tijd dacht ik dat het leven van de ene bergtop naar de andere gaat, maar op die berg leerde ik dat je eerst door het dal moet. Daar leerde ik om op God te vertrouwen.”

 

Mens tot mens

    Martina werd kapelaan en kreeg leiding over de geestelijke verzorging in de gevangenis.

Gedetineerden die behoefte hadden, konden hem in zijn kantoortje één-op-één spreken.

“Tijdens die gesprekken zei ik: ‘Wat je aan mij vertelt, breng ik alleen bij God, niet bij de

gevangenisdirecteur’.

Als ze over hun misdaden vertelden, schreef ik die op een papiertje en na het gesprek verscheurde ik dat.

‘Nu kan ik het niet meer lezen, en ligt het bij God’.

Ik wilde hen spreken van mens tot mens, niet van mens tot crimineel, dus na het

verscheuren zei ik altijd:

"Ik spreek maar twee talen: de taal van sport, en de taal van God. Dus als jij over je verleden begint, versta ik je niet".