16 oktober 2018 door Wilfred Hermans, Strijdkreet.nl

 

 

Een baan in ‘gevangenis Bon Futuro’

Een invloedrijke man die onder de indruk is van Martina’s sportprestaties, regelt een baan als sportleraar voor hem in de gevangenis ‘Bon Futuro’ (tegenwoordig Sentro dentensio korrection Korsow) waar vijfhonderd gedetineerden vast zitten. “In die tijd toen ik daar begon, stond deze gevangenis op de zwarte lijst; er zaten verkrachters en moordenaars en het was er een rotzooi. Bepaald geen hotel zoals in Nederland; soms zaten er zestien zware jongens in één cel. In blok 2 en 6 zaten moordenaars die binnen de gevangenis met steek- en vuurwapens anderen omgebracht hadden. Daar moest ik vaak naartoe, zonder portofoon of bewaking. Ik ging op de grond zitten en de zware jongens luisterden naar het Woord van God. Ik was niet bang. God gaf me innerlijke rust. ‘Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad want Hij is bij mij’. Dat Godsvertrouwen had ik in mijn woestijnperiode geleerd.”

 

Het was 1984 

De jongens van blok 8 hadden alles verbrand, de kussens, matrassen, álles. Drie dagen lang werden ze zonder eten opgesloten. Daarna waren ze natuurlijk woedend! ME’ers moesten hen in bedwang houden. Ik vroeg aan de ME-commandant: "Geef me één kans om met hen te praten." "Oké, kapelaan, u hebt vijf minuten." Ik stapte blok 8 binnen, met mijn Bijbel, en zei: "Laten we bidden voor vrede, anders vallen er doden." Ik ging op mijn knieën. Iedereen deed mee, en na het gebed kozen ze voor vrede. Er is geen schot is gevallen.

 

Plasje water

De sportlessen begon ik met de Bijbel en gebed. Later startte ik Bijbelstudies, waarbij we zongen. In de ochtend hoorde je dus in alle zestien blokken hoe de Heer werd geprezen! Het personeel verklaarde me voor gek, maar al gauw zagen ze de gedetineerden veranderen. Ze begonnen elkaar te helpen, leenden spullen uit en het geweld nam af. Mijn favoriete Bijbelstudie was: de geestelijke wapenrustig Gods, haha! Ik zei vaak: ‘met een pistool kun je geen boze geesten vernietigen, maar met het Woord van God wel!’ Ze kenden de donkere wereld, en ik kwam het Licht brengen. Ik gebruikte altijd praktijkvoorbeelden. ‘Het licht is sterker dan de duisternis’, zei ik. ‘In het donker hoef je maar een kaars aan te steken en de duisternis verdwijnt’.

 

"In blok 7b zag ik op een dag een plasje water. Dat was daar niet vreemd, maar God zei: ‘Dit wordt een zwembad waarin je gedetineerden gaat dopen’. Ik vertelde het niemand, ze zouden denken dat ik geflipt was! Voor de eerste doopdienst, in 2002, hebben we 67 gedetineerden gedoopt. Het stond in alle kranten, nog nooit eerder had er een zwembad in een gevangenis gestaan. De eerste dopeling kwam uit blok 6, het ergste blok. Nu is hij een voorbeeldfiguur. En werkt nu bij een grote krant. In 2006 doopten we 75 gedetineerden, en vier jaar later nog eens 86.”

 

Gedetineerde in huis

“Op een dag zei een gedetineerde: ‘Sportleider, volgende week mag ik naar huis! Maar ik wil niet terug naar mijn oude buurt, kunt u een huis voor me zoeken?’ Ik belde mijn voorganger voor advies. Hij zei: ‘Norvin, als die jongen werkelijk een volgeling van Jezus is geworden, moet je hem in huis nemen’. Dat heb ik dus gedaan. Een jaar lang, hebben mijn vrouw, ik en mijn twee kinderen voor deze persoon gezorgd. Opnieuw werd ik voor gek verklaard! Wie neemt er nou een ex-gedetineerde in huis? Maar weet je: deze man is nu zelf een voorganger. Ik heb geleerd om God niet alleen met woorden te dienen. Liefde mag niet bij mooie woorden blijven."

 

‘Geef me één kans’

Een spannend moment beleefde de kapelaan als hij met spoed naar blok 1 wordt geroepen. Daar staat een man op een stoel, met een touw om zijn nek. De politie en dokter voor de tralies. Hij zei: ‘Als jullie de deurknop aanraken, spring ik'. Zoals altijd had ik mijn wapen bij me, de Bijbel. Ik stak deze door de tralies, keek de man aan en gaf door wat God tegen me zei. ‘Er is hier nog iemand die heel veel van jou houdt; als je dit doet, zie je hem nooit meer’. Wat bleek? Zijn broertje zat in blok 7a. De man brak en haalde het touw van z’n hals.

 

Zevenhonderd kniebuigingen.

Norvin Martina (65) trainde moeilijke jongens, met karakterproblemen. "Ik had een sportwedstrijdje georganiseerd tussen hen en de jeugdbrigade van de politie. Kniebuigingen, opdrukken en een zelfbedachte concentratieoefening: driehonderd tellen op je hoofd staan. De jeugdbrigade kwam tot de vijftig, mijn jongens boven de driehonderd. Ik trainde ze voor de duizend, zevenhonderd kniebuigingen van negentig graden – squats– en driehonderd keer opdrukken, achter elkaar. Ik trainde mee, om een voorbeeld te zijn.”